vrijdag 25 februari 2011

Slow movies in Rotterdam



De 40e editie van het Rotterdams Filmfestival is achter de rug. Het is altijd een avontuur om een eigen programma samen te stellen uit de ruim 600 titels. Dan zit er wel eens een tussen die je beter had kunnen overslaan, maar er kunnen ook onverwachte juweeltjes tussen zitten. Leukste zijn films die alleen op het festival draaien en die je daarna nooit meer ziet. Met een beetje geluk worden ze op DVD gezet.

Van de vele films die ik heb gezien springen er een paar uit. Meest bijzonder is ‘The mill and the cross’ van de beeldend kunstenaar Lech Majewski. Het is de verfilming van een doek van Pieter Brueghel de Oude. Ga er maar aan staan. De Poolse cineast baseerde zijn film op een essay over dit 16e eeuws schilderij. Een vrijwel onmogelijke taak, in de lijn van een choreografie maken over architectuur. Het verhaal gaat helaas een beetje mank. Zo is de schilder Brueghel, gespeeld door Rutger Hauer, de vader van de jonge Pieter. Deze zoon wordt naar verloop van tijd Jezus die gekruisigd wordt. De schilder is dan ineens getrouwd met Maria en speelt dus Jozef. Ondertussen schildert hij voort. Moeder Maria is trouwens een prachtige rol van de immer triest kijkende Charlotte Rampling. De molenaar, hoog op de berg, wordt gezien als God die op ons neerkijkt. Een leuke vondst. De vormgeving is prachtig. Vooral de molen en de trap binnenin zijn een verbluffend stukje art direction.
Eveneens bijzonder is de enige documentaire die ik heb gezien: "Off the beaten track" van de Roemeen Dieter Auner. Hierin worden schaapherders in Transsylvanie gevolgd. Dit beroep heeft zijn langste tijd gehad nu het land lid is geworden van Europa. Zo is er de kans om in Duitsland te gaan werken en daar veel geld te verdienen. De achterblijvers ploeteren om het hoofd boven water te houden. De prijs van wol en schapenvlees kelderen. Een melancholisch en ontroerend portret van een bedreigd bestaan.
Ook Roemeens is ‘Outbound’ van Bogdan George Apetri. Matilda is met verlof uit de gevangenis om haar moeder te begraven. Ze gaat tevens langs bij haar ex-vriend annex pooier om nog geld te beuren. En ze bezoekt de belangrijkste man van haar leven: haar zoontje in een weeshuis. Samen nemen ze de benen. Een rauw drama dat enigszins doet denken aan ‘Leonera’ van Pablo Trapero.
Uit Griekenland komen interessante nieuwelingen. ‘Attenberg’ van Attina Rachel Tsangari en ‘Wasted youth’ van Argyris papadimitropoulos en Jan Vogel zijn films die vooral jongeren aanspreken. De eerste over twintiger Marina die naarstig op zoek is naar liefde. Ze bekijkt de mensen om zich heen zoals David Attenborough (vandaar de titel) naar dieren. Terwijl ze experimenteert met seks ligt haar vader op sterven. Een verrassende coming of age film van de producer van het beklemmende ‘Dogtooth’. In ‘Wasted youth’ gebeurt ogenschijnlijk niet veel. We volgen twee mensen. Een jonge gast van gescheiden ouders die zijn draai moet zien te vinden en een politieman van middelbare leeftijd die impotent is en vader van een pubermeisje. De titel is op te vatten als bedorven jeugd of als een verloren jeugd. De twee protagonisten ontmoeten elkaar pas op het eind van de film in een dramatische catharsis. Dan wordt plots duidelijk welke betekenis de filmmaker bedoelt.
Het leven in de grootstad is mooi verfilmd in ‘ Headshots’ van Lawrence Tooley. Deze film draait om de fotografe Marianne. Zij leeft een vrijgevochten en onbekommerd leventje in Berlijn. Totdat ze ineens zwanger blijkt. Dan maakt ze pas op de plaats. Tijd voor reflectie. Zoals in een gesprek met haar vader. Hij zegt: "In de jaren zestig hebben we de liefde bevrijd. Alleen weten we niet waar die is gebleven". Blijven zoeken dus.
Liefde is van alle leeftijden. Ook voor de drie middelbare mannen die we volgen in ‘Gromozeka’, een vrolijk stemmende Russische film over schoolkameraden die elkaar later weer tegen komen. De een nog ongelukkiger in de liefde dan de ander. Dan rest altijd nog de betaalde liefde. David Verbeek maakte ‘Club Zeus’ over jongens die zich prostitueren voor rijke dames in Sjanghai. Een makkelijk en snel gemaakte film die trouwens wel erg sterk leunt tegen de documentaire ‘Toy-boys in Osaka’. Lijkt wel plagiaat.
Origineler is ‘Sensation’ van Tom Hall dat zich afspeelt op het Ierse platteland. Boerenzoon Donal erft de boerderij. Hij verkoopt het land en de schapen en begint een escortservice. In het hoertje Kim vindt hij zijn ware liefde.
Politieke films zijn dun gezaaid. ‘Essential killing’ van Jerzy Skolimowsky gaat over een vluchtende talibanstrijder, die tijdens zijn tocht veel onnodige slachtoffers maakt. Mooi gefilmd, vooral de opening, maar het verhaal is wel erg zwak. ‘Fleurs du mal’ daarentegen is erg sterk. Handelt over een Iraanse vluchtelinge in Parijs. Zij ontmoet een Algerijnse jongeman die letterlijk dansend door het leven gaat en van geen politiek wil weten. Met handig ingelaste You Tube filmpjes en opnames met mobieltjes over de opstand in Iran. ‘Post mortem’ toont het Chili ten tijde van de val van Allende. Schitterend portret van de gewone man en het leven van alledag tijdens een militair bewind, zelfs in het typische kleurenpalet van de jaren zeventig films.
Veel films die, net als ‘Post mortem’, onder de noemer ‘slow movies’ zijn te scharen. Een nieuwe trend, overgewaaid uit het verre oosten? Er wordt in veel westerse films tegenwoordig de tijd genomen om minutieuze handelingen te tonen. Of geen handelingen, dat kan ook. Neem ‘Meek’s cut off’ van Kelly Reichardt. Zij heeft patent op deze manier van filmen, getuige haar eerdere (Tiger-winnende) ‘Old joy’ en ‘Wendy and Lucy’. Lange shots, zonder snelle montage en weinig dialoog. Een bijna meditatieve kijkervaring. In haar laatste rolprent (‘Meek’s cutoff’) zien we drie gezinnen in 1840 die met hun huifkarren verdwaald zijn in de woestijn van Oregon. Een alternatieve western waarin vuur maken, wassen en koken de boventoon voeren. In het po√ętische ‘Dad’ van de Sloveen Vlado Skafar beleven we een dagje vissen mee van vader en zoon die elkaar maar eens in de twee weken zien. De toenadering van de vader is subtiel maar hartverscheurend. Jammer van de stijlbreuk aan het eind van de film, wanneer ineens de buitenwereld toetreedt in de vorm van stakende fabrieksarbeiders. Beetje rare wending.
Mooie uitsmijter is ‘The crab’ van Rona Mark. Hierin spuit de werkloze Levi zijn cynische levenswijsheden tegen ieder die het niet wil horen. Deze Amerikaanse tegenhanger van ‘Naked’ van Mike Leigh is hard, maar zielig. De film bewijst eens te meer dat de onafhankelijke film, ver van Hollywood, springlevend is in het land van de onbegrensde mogelijkheden.
Peter de Jaeger

Geen opmerkingen:

Een reactie posten