vrijdag 27 april 2012

I love LAFF


Choco

"Don’t enjoy". Die vreemde boodschap gaf filmmaker Jhonny Hendrix Hinestroza (1975) vooraf bij de presentatie van zijn indrukwekkende debuut ‘Choco’. Raar, maar achteraf weet de kijker waarom. Het is beslist geen prettige film om naar te kijken, het tegendeel van een feelgood movie. Choco is een realistisch, rauw portret van een klein dorp in de gelijknamige streek in Colombia, waar veel afro-Colombianen wonen. De film vertelt het verhaal van een moeder en haar twee kinderen. Haar man maakt het kleine beetje geld op aan drank en gokken in het café. Bovendien mishandelt hij haar. Choco is gedraaid met lokale mensen in de geboortestreek van de regisseur. Hij gebruikt lokale elementen, zoals muziek en tradities. Het straatarme gebied is sterk vervuild door goudzoekers die kwik gebruiken bij de mijnbouw. Mismaakte kinderen en vroege sterfte zijn het gevolg. Bij de presentatie in Cartagena zat de regisseur naast de president van zijn land. "Hij was zichtbaar onder de indruk. Maar twee weken later gaf hij een vergunning af voor exploitatie van een nieuw gebied om goud te winnen".
Toch eindigt de film positief met een feest. "Er blijft altijd hoop op verbetering", verklaart Hendrix tijdens de Q&A het slot van zijn film die je bij je lurven pakt. De maker weet het lokale verhaal op te schalen tot een universeel thema: liefde is oorlog. Een ware ontdekking tijdens deze achtste editie van het Latijns Amerikaanse Film Festival (LAFF) in Utrecht (18 t/m 27 april). Jammer genoeg is er voor deze parel nog geen distributeur gevonden.

dinsdag 24 april 2012

Fijne mottenballen

Er is iets vreemds aan de gang in muziekland. Heel veel ‘oude’ artiesten, dus van die lui die hun carrière al een hele tijd geleden in hun geheugen cabinet opgeborgen hadden, worden weer uit de mottenballen gehaald en treden weer op en vaak nog met succes ook. De grote truc is om integraal oude LP’s in hun geheel zo nauwkeurig mogelijk na te spelen. Dus alsof je een plaat afspeelt en je de originele muzikanten, al dan niet half vergaan, de muziek ziet uitbeelden. Ik was er altijd heel erg cynisch over maar toen ik van Griekse vrienden hoorde dat de Engelse psych band July hun enige LP uit 1968 in London zouden gaan uitvoeren, integraal dus, was ik meteen klaarwakker. Zo klaarwakker dat ik direct een concertticket boekte en uiteraard een Ryan-air vlucht vanaf Eindhoven. Voor anderen die dat ook willen gaan doen, hou er rekening mee dat je op London Stansted gedropt wordt en dan lijkt Schotland ongeveer net zo dichtbij als London zelf dus je moet nog aardig dokken, een euro of 30, om heen en weer te komen.
Ik neem aan dat July voor de meesten een onbekende band is. Hun enige LP op Major Minor Records uit 1968 brengt een slordige 1200 euro op bij verzamelaars mits in goede staat en dat echt vanwege de kwaliteit. Magische psychedelische klanken met die typische Engelse Rubble freakbeat stijl. Gekke teksten over rare mensen, onmogelijke overgangen, sitar, effecten, een hele hoop drugs… heeeeel veeeeeeelll. Trippuhhhhh….

vrijdag 13 april 2012

Foto's

fotojournalisten
laten me hun foto’s zien
ze zijn prachtig
geven het licht
van de laatste glans in haar ogen
huiveringwekkend scherp weer
laten zien hoe bot
met nauwelijks vlees
gebeeldhouwd lijkt
hoe verdriet
gedrapeerd kan liggen
rond de baar van een kind
geven me van elke pixel
radeloosheid mee om te dragen
onder deze leistenen lucht
de jongen die zijn vader verloor
borden wast en thee schenkt
terwijl zijn vrienden op school
leren lezen en schrijven
het meisje dat verdronk
met een glimlach
onder het oog van de wereld
de radeloze vader die
het gordijn opzij schuift
en zakkend door zijn knieën
zijn dode familie laat zien
ik zeg
zet deze trompet aan je
lippen en schal schal
over de schuimende
golfplaten daken lalalala

Roland van den Bergh

vrijdag 2 maart 2012

Radio onvriendelijke muziek door lelijke mensen.

Ik geloofde er niet meer in… In die rock ’n roll. Dat vervelende instituut waar veel te veel geld in rond gaat en allerlei hijgerige slijmerige slimmerikjes de dienst uitmaken. Allemaal weer op zoek naar die nieuwe geile toffe ster met een happend naar adem zangtechniek die pijn doet aan je ogen en oren en een  plastic uiterlijk met subtiel verborgen ventiel waar we allemaal steeds weer in trappen. Er worden jaarlijks hele karrenvrachten studenten door hogescholen en universiteiten uitgespuwd die opgeleid zijn met één  doel: ons allemaal te manipuleren zodat hun zak of die van een multinational nog verder gevuld wordt. En wij trappen er steeds weer in. Steeds weer verdomme…

dinsdag 28 februari 2012

Wie is er bang voor de realiteit?

Een van de beste en meest interessante films uit de jaren zestig voor mij is toch wel Who’s Afraid of Virginia Woolf? Deze film uit 1966 is een perfect voorbeeld van een film, waarin de acteurs echt alle ruimte krijgen om te excelleren. En dat is opgemerkt in Hollywood, waar de film vele Oscarnominaties en de nodige Oscars in de wacht wist te slepen.
Who’s Afraid of Virginia Woolf?  is niet alleen een acteursfilm, maar ook een van de beste en meest bejubelde debuutfilms die ooit zijn verschenen. Regisseur Mike Nichols wist later in zijn carrière nog genoeg uitstekende films te maken, zoals het direct na deze film volgende The Graduate (1967), maar wist eigenlijk nooit meer het niveau te bereiken van dit debuut.

dinsdag 14 februari 2012

Martin Koeman overleden

Zondag 12 februari 2012 bereikte ons het droevige nieuws dat CFK medewerker Martin Koeman na een kort en hevig ziekbed is overleden. Ondanks het niet af te wenden noodlot bleef hij strijdbaar en opgewekt tot zijn laatste momenten. Jarenlang schreef Martin voor het CFK magazine over randverschijnselen en uitwassen van een verziekte maatschappij. Satanisme, 9/11 conspiracy, asociale Bilderberg kapitalisten… Het kwam allemaal in zijn typische analyserende, prettig leesbare schrijfstijl voorbij. We hadden graag meer artikelen van Martin geplaatst, maar helaas beschikte het lot anders. Ons medeleven gaat uit naar familie, vrienden en bekenden. Martin was een unieke persoonlijkheid en we zullen hem missen. Hij is slechts 50 jaar geworden.
De redactie


Requiem voor Martin Koeman
Nou ben je dood aan de Achilles van het leven.
Was het een samenzwering?
Die ene keer was bij Electron in Breda,
later de poging tot moord in je boek,
over de Dominicaanse republiek om daar
voor de rest van je leven niets meer te doen:

Maya, Rosa, Fabrice.
'Het is tien uur s'ochtends. De zon schijnt heerlijk.
Buiten de cel zijn de muren in dezelfde kleur geel geverfd
als mijn boekenkamer in Rotterdam.'
Hij zei: nou dan ga ik maar terug
naar Rotterdam.
Tijdelijk heb ik samengezweerd aan jouw Achilleshiel
en ik mocht genieten van
jouw intellect en flamboyante levenslust,
onze laatste dans was een zwanendans.
Morgen ga ik naar Tokyo
om je te ontmoeten bij het Japanse Louvre
voor de mooiste prent van Hokusai.
Dat is mijn liefde voor jouw vulkaan.

Jan Ruward

maandag 13 februari 2012

De fabriek

De mens was dan toch eindelijk bevrijd van het juk van de verplichte arbeid en het gebod te werken voor eten en beschutting. Sinds een paar decennia was een revolutie gaande in de geschiedenis van het menselijk bestaan. Een revolutie die begonnen was met de mechanisatie van het bestaan en na een spurt nu het eindpunt had bereikt met de definitieve en complete elektronisering van de gehele gemeenschap. De mens hoefde niets meer te doen. Alles werd gedaan door robots en computerprogramma’s. De mens was vrij, hoefde slechts te doen waar die zin in had. Het was de mensheid gelukt, zichzelf te bevrijden van zijn zelfopgelegde juk van dwang en vervreemding. Men genoot eindelijk van het leven.
De fabriek produceerde in een monotoon tempo, zoemde in de eindeloosheid der tijden, één met het heelal. Robots bewogen, computers berekenden, controleerden en corrigeerden. De fabrieksbaas somberde in zijn fabriek. Hij liep door de gangen, de werkplaatsen, hij keek uit over het geheel vanuit zijn kantoor. Hij keek naar het glanzend metaal en gepolijst plastic. Uren dwaalde hij door zijn immense fabriek. Deze persoon was alleen. Niemand tegen wie hij kon praten. Niemand die hij kon irriteren of uitfoeteren, of ontslaan zelfs. Niemand die bij hem zat te flemen of te flirten. Hij kon niemand iets misgunnen. De robots reageerden niet op zijn drift. Hij twijfelde aan zichzelf. Hij verlangde naar ploeterende mensen.
Emile Jonker
 

zaterdag 11 februari 2012

De wesp


Wanneer ik de sleutel in het slot van de voordeur steek, wordt het plots duizelingwekkend stil in mijn hoofd.
De gang is smal, de klok van mijn grootvader slaat zijn slagen. Het is middernacht en de gang kijkt me onverschillig aan, ik loop gehaast naar boven langs een trap in mijn geheugen.
De geopende deur van mijn kamer, daar beweegt zoals gewoonlijk niets.
Moe ga ik zitten, moedeloos zegt de krant dag. Als ik me zo zie zitten zou ik toch zeggen dat ik lees.
In elk geval heb ik de krant in mijn hand. Langzaam wrijf ik over de rug van mijn hand.
Ik rook een sigaret als iemand die verwacht dat iets gebeuren zal, de radio zet ik aan
want de stilte van mijn kamer bevalt me niet. Op de zender snijdt een langgerekte tonaliteit door de kamer,
de klanken van Stockhausen.
Ik loop drie passen van mijn schrijfburo naar de deur en daar komt uit de toekomst de reusachtige BBKing
binnen met whisky en zijn muze Lucille aan de hand. Hij kijkt naar de spiegel die breekt, het lijkt of slagregens
mijn schedel striemen.
Ik was gevallen in de waterval van de eenzaamheid van mijn kamer.
Nu besta ik weer om niet alleen te zijn in het gesticht van Stockhausen, alles wat telt is het verlangen naar haar,
om met Lucille te zijn. Die meneer van hiernaast heeft ze naar binnen zien gaan.
Het signalement van de bluesgitarist is bekend, maar dat van Lucille niet.
Volgens de hoofdcommissaris ben ik al sedert vrijdag 2011 vermist.
De grote wesp op het tafelblad kijkt niets vermoedend rond en in een razendsnelle beweging hak ik zijn kop eraf.
Hij at de suiker maar die valt meteen aan de achterkant van zijn kop uit de hals op het tafelblad,
terwijl zijn onderlijf al dood is, de levenskracht verdween uit het insect, en iedereen zal zeggen: hij is een beul, een moordenaar. De radio speelt nog Stockhausen wanneer ik in een diepe eeuwige slaap val, waar mijn kamer zich mij omringt met de strelende vrouwenhand van Lucille.
'De wesp vloog in de geopende mond tijdens de slaap van betrokkene. Hij stak in de keel, de wesp stierf zelf ook een gewisse dood. Het was geen doodslag maar noodweer.'
Zo stond in het politierapport van 2012.

Jan Ruward

maandag 6 februari 2012

Genieten in Rotterdam

Zes dagen mooie dingen gezien in Rotje Knor op het 41ste IFFR. Minder lange rijen dan anders, mede door de hogere entreeprijzen (11 euro voor een kaartje!). Maar met nog altijd 274 000 bezoekers blijft dit het grootste en beste filmfestival van ons land. Er viel weer veel te genieten. Een greep hoogtepunten uit het niet-commerciële aanbod.
'Clip'
De eerste film die ik zag was ‘Clip’, meteen een overdonderend debuut dat onder je huid blijft zitten. Een niets verhullend en rauw beeld van opgroeiende jeugd in Servië. Onvergetelijk, vooral door de zeer expliciete seks. Coming of age gaat niet zonder au, ook niet in Oost-Europa. Maar de psychische pijn in deze prent gaat wel erg ver. Terechte winnaar van de Tiger Award. In feite handelt het Spaanse ‘Iceberg ‘ over hetzelfde thema, maar dan op een meer poëtische, verstilde manier. De maker herschept zijn eigen jeugdherinneirngen langs een rivier. In het Chinese ‘Eggs and stone’ (die eveneens een Tiger Award won), wordt een pubermeisje op het platteland zwanger gemaakt door haar oom. Niks expliciete beelden, maar dromerige sfeerbeelden.
Erg indrukwekkend zijn de Russen. Zij scoren met zware films die blijkbaar in de volksaard zit verankerd. Allemaal films waar je niet vrolijk van wordt, maar die toch een snaar weten te raken. Neem ‘Living’ over het verlies van kinderen, van een geliefde en van een vaderfiguur. Of het niks is. Stuk voor stuk schrijnende gevallen, maar schitterend in beeld gebracht en sterk acteerspel. De dood hoort in Rusland meer bij het leven dan waar dan ook. ‘Heart’s boomerang’ gaat over een metrobestuurder met een ongeneeslijke hartkwaal in St. Petersburg. Melancholie ten top in treffend zwart-wit.

'Twilight portrait'
Meeste indruk maakte ‘Twilight portrait’ die net zo ongemakkelijk is als destijds ‘Gegen der Wand’. Het verhaalt over een sociaal werkster in Moskou die wordt verkracht en verliefd wordt op de dader. Lijkt ongeloofwaardig, maar dat is het zeker niet. Ze neemt wraak door de ongevoelige kloot liefde bij te brengen. De man verstoot haar telkens, maar zij blijft als een slaafse hond terugkomen. Liefde is iets anders dan romantiek. Keihard, maar je blijft kijken. Een topper.
Bijzonder is ‘Alps’ van de Griekse maker van ‘Dogtooth’. Een maf verhaal over een toneelgroep waarvan de leden de plaats innemen van gestorvenen. Dat levert rare en soms hilarische situaties op. Ook vreemd is ‘Unfair world’, eveneens uit Griekenland. Een politieman probeert op eigen houtje een rechtvaardige scheidsrechter te spelen in een oneerlijke wereld. Traag, maar met uitgelichte shots en dialogen die veel weg hebben van Aki Kaurismaki. (Van deze Fin ging het innemende sprookje ‘Le Havre’in première in Rotterdam. Bij het interview vooraf verscheen de filmmaker ladderzat op het podium. Hij kreeg geen fatsoenlijk antwoord over zijn lippen en werd door het publiek weggejaagd. Pijnlijk.)

'Sudoeste'
Van de Latino’s is mij bijgebleven ‘Sudoeste’. Een Braziliaanse film die kunstig twee tijdsperiodes ineen laat vloeien. De gebeurtenissen van één dag in een dorp. De hoofdrolspeelster beleeft in die periode echter haal hele levenscyclus, van de geboorte tot de dood. Het leven uit een dag. Op gigantisch groot cineramabeeld vertoond in korrelig zwart wit. Mysterieus en surrealistisch. ‘Jubilada’ is een andere film uit Latijns Amerika (Chili) die eruit springt. Over een meisje dat vroeger in pornofilms speelde en bij terugkeer naar haar geboortedorp wordt verstoten, behalve door haar zus en vader. Voor de betere Latino’s moet je toch echt in Utrecht zijn, op het Latijns Amerikaans Film Festival (18-27 april).

Zeer innemende film tenslotte is ‘L’hiver dernier’ van een Amerikaanse Belg. Fraai gefotografeerd portret van een jonge veeboer die weigert mee te doen met de moderne ratrace in de landbouw. Hij neemt liever de tijd om met zijn beesten buiten te zijn, één met de natuur. Tegelijk zorgt hij voor zijn zus die geestelijk in de war is. Hij houdt dat niet vol en moet dat op het eind bezuren. Vooruitgang, nietwaar. Realistisch tot op het bot.
Peter de Jaeger

donderdag 22 december 2011

Milaan, rock 'n roll en transgenders.

Langzaam klom ik, sjorrend aan een grote en aftandse weekendtas, de trap van het zuidoostelijke Milanese metrostation ‘Pasteur’ op. In plaats van een Italiaanse stad vond ik in de ‘overwereld’ een mix van Srilankaanse  (of Srilankese????, toch weer lekker een kwartier mijn hoofd over kunnen breken) handelaren in overbodige troep en heel veel Indianen. Kleine vierkante caramelbruine mensen met opvallende haaksneuzen.
Hier en daar een schichtige Europeaan. Het hotel Pasteur waar ik niets vermoedend geboekt had stond middenin een zee van exotica als een Romeinse pilaar ergens midden in een overwoekerd woud. Een heel levendige en lawaaierige sfeer en ough…. Een Inca vrouw euh oudere man met borsten euh… keek mij uitdagend en heupwiegend recht in de ogen aan. Zijn bovenlijf was geperst in een rood glinstertruitje en de tepels op stevige geplette borsten beten zich vast in het synthetische glanzende stofje. Hij gaf me een vette knipoog. Heel wulps… Verward liep ik langs een aantal politieagenten het pad op richting het hotel. Waarom staan die agenten hier? Diezelfde avond wilde ik mij wijden aan mijn eeuwigdurende pizzaonderzoek dus rond een uur of 9 verliet ik het hotel om in een soort van een door Heineken gerund buiten-café terecht te komen van een proportie zoals ik nooit eerder gezien heb. Overal lawaaierige en aangeschoten Indianen en hier een daar groepen Indiërs die mij verveeld aankeken. Ik liep een pizzarestaurant binnen dat aan de binnenkant een Peruaans restaurant bleek te zijn waar de Latijns Amerikaanse clientèle zich te goed deed aan gegrilde kippen, friet, salade en weer dat verdomde Heineken. Een halve literfles werd aan tafels als een wijnfles gebruikt om kleine glaasjes te vullen. Ik at een portie calamares en zat strategieën te bedenken om toch zoveel mogelijk mijn pizzaonderzoek door te kunnen laten gaan. Op weg terug naar het hotel terwijl ik plassen bierkots ontweek kwam ik weer zeker 4 of 5 Latijns Amerikaanse transgenders tegen. Allemaal even naughty. Nu werd ik nieuwsgierig. De Italiaanse hotelbeheerder legde mij uit dat er een paar jaar eerder eerst een paar indianen, volgens hem uit Peru en Ecuador, opdoken. Aanvankelijk zaten ze met zijn allen op één verdieping, even later hadden ze het gehele huis, de hele straat en nu dus een groot deel van de wijk. Op mijn vraag wat al die transgenders in de buurt deden bleef hij mij het antwoord schuldig. Sterker nog… hij keek mij achterdochtig aan. De volgende dag hobbelde ik rond op de Milanese platenbeurs, de eigenlijke reden van mijn reis, en vermaakte me prima… Laat ik het er maar verder niet over hebben. Eens een freak altijd een freak. Ik sprak een aantal Italianen aan over de mega-interessante omgeving van mijn hotel maar geen van hen leek voldoende interesse te hebben om er op in te gaan. Een Schot, die een modezaak heeft in Milaan en verzamelmaatje is, wel. Hij vertelde mij een ongelooflijk verhaal.  Het schijnt dus dat Milaan de goedkoopste transgender (sex-change) operaties heeft van de gehele wereld. Ergens een jaar of tien geleden begonnen er indianen uit Peru en Ecuador op te duiken in de Noord-Italiaanse metropool die hun sexuele lichamelijke geaardheid rigoureus wilden veranderen. (Oftewel het hangend gevaarte verwijderen). Ze gingen niet meer terug. Familie, vrienden, buren, mede-dorpelingen… Milaan stroomde in hoog tempo vol. Hoe al deze mensen het land in kwamen kwamen snapten wij allebei niet maar er zit zeker een luchtje aan zoals aan zoveel in Italië. Een soort achterstevoren kolonisatie. Net goed. In de jaren tachtig was er op Puerto Rico een schandaal rond Kentucky Fried Chicken. Veel jongens die veel kip aten begonnen borstgroei te vertonen. De Puertoricanen wezen het vrouwelijke hormoon oestrogeen als hoofdschuldige aan. Dat werd aan de kippen gevoerd om de borstpartij dus de hoeveelheid vlees explosief te vermeerderen. De Amerikanen hielden officieel onderzoek maar vonden geen bewijs hiervoor. Het raadsel is nooit opgelost. In veel Latijns Amerikaanse landen is kip het hoofdvoedsel. Zij hebben geen rigoureus gecontroleerde genetische wetgeving zoals westerse landen. Van jongs af aan eet iedereen kip. Meters, kilometers, tonnen aan kippenvlees. Nog kort geleden luidde de Colombiaanse president Morales de alarmbel over vrouwelijke hormonen in het eten wat de mannelijkheid aantastte. Hoon was zijn deel. Volgens wetenschappers en Braziliaanse en Amerikaanse multinationals, die de hele Zuid Amerikaanse markt volplempen met kip, zit er 100% zeker geen oestrogeen in de kip. Wanneer ik met een nog vollere weekendtas terugloop naar het metrostation kijk ik nog eens heel precies om mij heen. Ik zie groepen Indianen gezellig keuvelen op straat. Manvrouwen zijn een totaal geaccepteerd onderdeel van deze samenleving. Zij zijn hier de gewoonste zaak van de wereld. Terug in Nederland weet ik nog steeds niet echt waar ik getuige van ben geweest. (MC)

donderdag 17 november 2011

Thuis bij het raam

Het behang hangt tussen zwart laken en geel. De vaas pakt de vrachtwagen in de lucht. Flatgebouwen maaien gemoedelijk met een vriendin. De warmte gaapt de ogen dicht van het tapijt. In de pan sudderen wolken van het geluid. Het geluid. Hetzelfde geluid. Gepiep krampt gezamenlijk het avondeten. Wachten als de spin bij een stoplicht en zwart en wit en rood en groen, piept, nu anders. Grijs fleemt met de wolken. De straat spreekt auto’s en met de stoep die stinkt naar hond. Vitrage bevriest in de bewegingsloze ruimte. De bomen lopen weg en kijken naar gelakte nagels van vlees. De zon wappert verfrommeld papier in een kraan. De doos stapelt zichzelf naar de lamp. Gestommel dondert naar beneden. Helemaal. De ochtendjas, chinois, kruipt rollend over de vensterbank. Tegenover de radio staat de tas onder de plant te regenen. De rode loper trapt wit naar buiten. Sprietjes spatten met bloemblaadjes. Dof. Over de lavendel in de stoel schijnt de grijze sok. De openheid van de deur, de gordijnen, het raam kijken naar mij. Bakjes en stenen horen de echo’s van het verleden uit de auto’s. Water schrijft blauwe lucht. Geklop praat. Kaars. Verwarmingsbuizen hollen het licht achterna in plastic zakjes, waarvan de inhoud onzichtbaar is. Klerenhangers zoeken schaduw. Het bed is leeg. Groen.
 
Emile Jonker

maandag 7 november 2011

Zieke Ryan Adams schittert in Breda

Ryan Adams speelt bijna twee uur lang op  4 november de meest breekbare liedjes uit zijn carrière in Chassé Breda. In zijn eentje op een kruk met gitaar, als een echte troubadour. Hij vertelt vooraf dat hij voedselvergiftiging heeft opgelopen en het gevoel heeft dat zijn hoofd ontploft. "Als dat gebeurt zitten jullie allemaal onder de kipsalade". Want dat was de boosdoener. Hij heeft pijnstillers genomen, genoeg om een olifant te verdoven, grapt hij.
Ondanks dat hij doodziek op het podium staat ("It wont effect the songs. They’re all about the same shit anyway") speelt hij de sterren van de hemel in dit eenmalig concert voor Nederland. Vreemd genoeg voor een half lege zaal. Echt populair is hij duidelijk nog steeds niet. Vaak wordt hij verward met zijn veel bekendere bijna naamgenoot Bryan Adams. Dat vindt hij niet leuk. Bij zijn concert met band in 013 in Tilburg, acht jaar terug, riep iemand uit het publiek om ‘Summer of 69’. Ziedend werd hij, stapte de zaal in en sleepte persoonlijk de foute fan naar buiten. In Breda toont hij minder bravoure. Wellicht door zijn acute buikgriep. Maar de man (36) lijkt inmiddels volwassener geworden. Hij lijdt trouwens al een paar jaar aan de ziekte van Menière, een vervelende aandoening van het midden oor, waardoor hij constante piep hoort. Niet echt handig voor een muzikant.
Na zijn debuut in 2000 met ‘Heartbreaker’ heeft hij liefst 13 albums op zijn naam, al dan niet samen met zijn vaste begeleidingsband The Cardinals. Sommige hiervan waren overbodig. Andere waren juweeltjes, zoals ‘Gold’ (2001) waarop zijn enige hitje ‘New York, New York’,  ‘Love is hell’ (2005) en zijn laatste ‘Ashes and Fire’ (2011), dat kan worden gezien als een come-back van deze getalenteerde singer-songwriter.
De avond opent hij met het ingetogen ‘Oh my sweet Carolina’. Hiermee is meteen de toon gezet en gelijk een van de hoogtepunten bereikt. Andere liedjes die de zaal muisstil krijgen zijn ‘Firecracker’, ‘Let it ride’ en ‘Please do not let me go’. Sommige nummers lijken een tandje lager te worden gespeeld. Zo ook ‘New York, New York’, waarbij hij zichzelf op de piano begeleidt en er een jazzy draai aan weet te geven. De avond lijkt geïmproviseerd. Hij bladert wat door een schrift met zijn eigen liedjes en stuit dan op een die hij wil doen. En daar gaat hij weer. Tussen de liedjes door maakt de rocker met zwarte kuif voor zijn ogen scherpe opmerkingen en steekt vooral de draak met zichzelf. Hij eindigt met een ter plekke verzonnen nummer waarin hij het publiek dankt voor hun aandacht ondanks dat hij niet helemaal fit is. En dat doet hij nog wel op rijm. Kan zo de plaat op. Alleen een sterartiest of sneldichter lukt zoiets.
In het voorprogramma stond Chris Stills, de zoon van Stephen Stills. Deze mocht maar een half uurtje spelen. Deze zanger/gitarist is van een heel andere orde en moet het vooral hebben van zijn lekkere gitaarlicks en loopjes, sommige daarvan herinneren aan de speelstijl van zijn vader die behalve met CSNY ook scoorde met zijn eigen groep Manassas. Maar zoonlief heeft een fraaiere stem, die af en toe doet denken aan Jeff Buckley.
Al met al een genotvol concert. Hopelijk komt Adams snel terug en duurt het niet weer drie jaar eer hij door Europa toert. Ik kan niet wachten.
Peter de Jaeger

woensdag 19 oktober 2011

Grensverleggende film Caged


1 september ging de gedurfde psychologische thriller Caged, geschreven en geproduceerd door Stephan Brenninkmeijer, heel bijzonder, in première op Video on Demand. Op 25 oktober wordt de film door Video/Film Express op DVD en Blu-ray uitgebracht.
Met de maker Stephan Brenninkmeijer hadden we een indringend gesprek. "Ik denk dat Caged bij tal van vrouwen een enorm gevoelige snaar raakt."
 
Overspel vanuit vrouwelijk perspectief
Stephan Brenninkmeijer, geboren op 27 juni 1964 op Kasteel Doorwerth in Gelderland, studeerde van 1988 tot 1992 aan de Nederlandse Film en Televisie Academie, in de disciplines regie fictie en montage. Op zijn naam staan onder meer de series Pleidooi, Westenwind, Blauw Blauw en Bon Bini Beach, de miniserie/film Tasten in het Duister (1996), de Telefilm De Stilte van het Naderen (2000) en de brutale, maar stijlvolle film Swingers (2001).
In Caged exploreert Brenninkmeijer de thematiek van overspel, gepleegd door een vrouw, vanuit vrouwelijk perspectief. Een gedurfd, grensverleggend en hallucinant, maar ook stijlvol en tot nadenken stemmend staaltje filmkunst zoals in Nederland nog maar zelden vertoond is.
Centraal in de film staan de diepste zielenroerselen van de circa 30-jarige, getrouwde vrouw, Stella (Chantal Demming). Na jarenlang haar behoeften te hebben onderdrukt, besluit zij haar leven om te gooien. Ze begint een dubbelleven: ze bezoekt seksclubs en erotische feesten, en bloeit helemaal op. Totdat ze op een dag wakker wordt in een kelder, zonder een idee te hebben hoe ze daar terecht is gekomen. Enkele dagen later krijgt ze gezelschap van Christine (Babette Holtmann). Vervolgens vertellen de twee vrouwen elkaar hun – verrassende – levensverhaal.
 
Ontstaansgeschiedenis van Caged
Brenninkmeijers eerdere film Swingers, handelend over partnerruil, vormde de voedingsbodem voor Caged. "Na het uitkomen van Swingers", memoreert de filmmaker, "sprak ik verschillende vrouwen die naar aanleiding van de film contact met me hadden opgenomen omdat ze hun persoonlijke ervaringen met me wilden delen. Van hen bleek een aantal al jarenlang getrouwd te zijn en kinderen te hebben, maar er stiekem een dubbelleven op na te houden. Zeker voor vrouwen is het moeilijk om daarvoor begrip getoond te krijgen. Ik ontdekte dat er zó veel vrouwen zijn die als mannen kunnen denken, dat mij dat wel prikkelde om daar een film over te maken."
Daarna verstreek er zeven jaar voordat het startsein voor Caged gegeven werd. Waarom duurde het zo lang? "Met het plan om Caged te maken heb ik heel lang in mijn hoofd gezeten", vertelt Brenninkmeijer. "Op een gegeven moment stuitte ik op een interessant antikraakpand. Al rondlopend door dat gebouw kwam ik terecht in héél sinistere kelders. Ik vond dat die kelders zich bij uitstek leenden om daarin ongemeen spannende scènes te schieten. En toen ontstond vrijwel direct het idee om daarin iemand op te sluiten. Maar wie konden we daarvoor nemen? En toen wisten we het: een vrouw die er een overspelige levensstijl op nahoudt en zich daarvoor moet verantwoorden. Het script schreef ik toen in drie weken tijd."
                                     (Foto: Brennfilm)
Chantal Demming: voorbestemde hoofdrolspeelster
Over hoofdrolspeelster Chantal Demming zegt Brenninkmeijer: "Zij speelde een kleine bijrol in een eerder project van mij, Lilith, dat in thematisch opzicht als een vingeroefening voor Caged beschouwd kan worden. Ook daarin draaide alles om een eigenzinnige, vrijgevochten vrouw en haar seksualiteit. De titel verwijst naar het folkloristische verhaal Lilith waarin Lilith, de eerste vrouw van Adam, geschapen wordt. Chantal speelde de rol van Eva. Ik kende haar helemaal niet, maar het gemak waarmee zij op de set met naaktscènes omging vond ik zó indrukwekkend, dat ik, ook vanwege de prettige samenwerking die we hadden gehad, met haar over Caged ben begonnen. Daarvoor droeg zij uitstekende ideeën aan. Ook was ze bereid om heel ver te gaan. Door dat alles werd voor mij wel duidelijk dat zij de hoofdrol zou krijgen. Ik hoop echt dat deze film deuren voor haar zal doen openen."
 
Caged niet in competitie op Nederlands Film Festival
Caged is eind september tweemaal vertoond op het Nederlands Filmfestival. Maar het had niet veel gescheeld of de film was daar niet eens te zien geweest. Brenninkmeijer: Caged is ternauwernood geslecteerd. Dat de film niet tot de Gouden Kalf-competitie toegelaten was, had ik van regisseur Martin Koolhoven vernomen, nog voordat ik het officieel te horen kreeg, wat ik wel een beetje pijnlijk vond".
Brenninkmeijer vervolgt: "Ik denk dat de selectiecommissie zich extreem laat leiden door persoonlijke smaak en, wat nog veel erger is, films eruit schopt van makers die niet tot het filmestablishment behoren. Ik vind het te gek voor woorden dat de eigenzinnige film, die het in de commerciële tak van de filmindustrie toch al moeilijk heeft, óók nog moet knokken om door de festivals serieus genomen te worden. Het is toch belachelijk dat alle onafhankelijke films van dit jaar, dus films van mensen buiten het establishment, op het NFF niet in competitie mochten meedoen! Het ging dan wel om films die doorgaans een zekere marginaliteit hebben, maar zijn dat niet juist de films die op een festival thuishoren? Die kunnen verrassen? Schrijnend en beschamend vind ik dat."
Zoals Brenninkmeijer naar het NFF toe duidelijk kenbaar maakte, vinden hij en diverse anderen dat Chantal Demming een Gouden Kalf-nominatie verdiende. "Want", bepleit hij, "Chantal wordt door iedereen echt de hemel in geprezen. En zij wordt door het NFF helemaal gepasseerd! Er zijn veel mensen die zich hierover achter de oren krabben, waaronder Martin Koolkoven, die het echt onbegrijpelijk vindt."
 
Veel positieve reacties op Caged
Het is echter niet alleen kommer en kwel wat de klok slaat, want Brenninkmeijer heeft over Caged ook tal van positieve geluiden mogen registreren. "Ik heb gelukkig uit heel veel kanalen enorm goede reacties gekregen over de manier waarop ik het centrale thema behandel. Niet alleen van bekenden van me, maar ook van mensen die niets met mij persoonlijk van doen hebben. De eerste twee recensies die ik las deden pijn. Dat waren die van Het Parool en Trouw. Het Parool was zó aan het schoppen tegen de film dat het lachwekkend werd. Ab Zagt van het Algemeen Dagblad gaf de film net geen voldoende, maar stak mij wel een veer in de reet met de uitspraak dat ik zonder twijfel een regisseur met gevoel voor stijl ben. Alle andere recensies waren redelijk tot zeer positief. Zo schreef Julius Koetsier van The Cult Corner: "Fijn om te zien dat Nederland serieuze genrecinema kan produceren met de juiste hoeveelheid lef en intelligentie."
 Eigenzinnige filmmaker
Eigenzinnige filmmakers van het kaliber Brenninkmeijer moeten we in Nederland helaas nog steeds met een zaklamp zoeken. Dus laten we zulke creatieve en vernieuwende geesten vooral koesteren en de aandacht geven die ze verdienen, maar nog veel te weinig krijgen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------
Zie voor nadere informatie over Stephan Brenninkmeijers werk en de trailer van Caged zijn website, http://www.brennfilm.com/.
Ton van Rooij

zondag 2 oktober 2011

Sexdate.com (Scheiding 2)

Mijn kinderen waren een weekje weg en dus zat ik helemaal alleen in een groot huis. Dat kon niet goed blijven gaan. Ik heb me zelden zo eenzaam gevoeld. Het soort onoplosbare eenzaamheid dat in je kop zit. Al heb je iedere avond een feestje en duizenden mensen om je heen toch gaat het niet over. Goede Spaanse wijn hielp me de avonden door. Ik draaide een plaatje, keek een DVD, las wat en surfte doelloos over het Net. Zo kwam ik dus op sexdate.com terecht. De zoekwoorden die hieraan vooraf gingen zullen ook te maken hebben gehad met een zich steeds sterker naar de oppervlakte banende sexuele onrust. Ontremd door de Mediterrane godendrank had ik me in no time aangemeld. Je kon je eigen profiel aanmaken en bijvoorbeeld aangeven wat voor soort sexuele voorkeuren je had. (Leeftijd, cupmaat, lengte, knuffelen, vrije natuur, attributen, vuistneuken, vastbinden…) Je kon zelfs een gewenst opleidingsniveau aangeven. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Je moest wel contactminuten kopen of via je 06 inbellen. Het geld interesseerde me niet dus zeker een dag of 3 heb ik me enthousiast op de site rond bewogen. Dat was een rekening van 300 euro. Fijn.. En geen vrouw gezien. Al snel  kreeg ik chatmailtjes binnen van ‘Sexyhexy, Huissloof, Neuktijgerin, Likmunpoessie’ en veel meer. Nog steeds kan ik me maar moeilijk de personen achter die ID’s voorstellen. Ikzelf heb erg veel fantasie op dit vlak maar werd overrompeld door de directheid van de antwoorden en vragen. Op een ontwapenende vraag van mij als ‘Hoe gaat het?’ (je moet toch ergens beginnen)  kreeg ik als antwoord: ‘Er zit een gigantische vibrator in mijn  kut’. Niet echt het antwoord dat ik aanvankelijk verwachtte maar ik leerde snel. Als een vrouw dan vroeg ‘Wat zou je allemaal met me willen doen’ kon ik zeker na een dag in heel bloemrijke taal een aardige literaire veeg uit de pan geven en het was nog opwindend ook. Of ik het allemaal ook kon uitvoeren was natuurlijk heel wat anders. Even heb ik erover gedacht om een foto te plaatsen zoals andere mannen, concurrenten, dat doen. Je opgerichte jonge heer in full blown glorie met je buik ingehouden en je bekken naar voren om stiefcentimeters te winnen. Ook wel komisch in zijn banaliteit. Bij de meeste vrouwen zat ook een foto. Zelden zag je een gezicht maar vaak wel een door de sexgod himself gefabriceerd lichaam. Dan doet het woord IQ er ineens helemaal niet meer toe.
Op mijn vraag aan de goddelijke foto met het spannende ID ‘Pijpslet’ waarom ze met zo’n waanzinnig lijf op sexdate.com zat omdat ze volgens mij niet eens naar de dichtstbijzijnde supermarkt kon lopen zonder 10 huwelijksaanzoeken en 15 auto’s die uit de bocht vlogen kreeg ik een onduidelijk antwoord. De toch wel opvallende stijlkenmerken die veel van de chats van de ‘lekkerste’ vrouwen gemeenschappelijk hadden en het constante doorvragen van een aantal dames zonder dat je ooit zelfs maar een halve bilspleet dichter bij een echte date kwam, al die dingen samen, deden een alarmwekkertje ergens in mijn grijze massa aflopen. De achterdocht werd daarnaast aangewakkerd door de tannine in de 18 maanden eikenhout gerijpte Spaanse Rioja die ik bij het chatten achterover zat te knikkeren. ‘Volgens mij besta jij helemaal niet echt’. Huppakee de opmerking was eruit voordat ik het goed en wel door had. Tjah, ontkennende antwoorden kun je verwachten maar het beeld van een kantoortje/ spiritueel peeskamertje met een groepje onaantrekkelijke oudere dames voor een stel PC’s die, onder toeziend oog van een zonnebank gebruinde Jaguar-eigenaar met vergulde Lee Towers bril en roze overhemd met op zijn behaarde borstkas een groot gouden medaillon, behoeftige zielenpoten het geld uit de zak zaten te kloppen, kreeg ik niet meer uit mijn hersenpan. Toen ‘Dikketietendoos’ mij op een ochtend vroeg of ik van haar gedroomd had heb ik haar een chatmail gestuurd die ze haar hele leven niet meer gaat vergeten.
Het was mijn laatste daad op sexdate.com. Het was de ochtend na de derde zweterige hijgerige avond voor mijn pc. “In mijn droom was ik een Michelin-mannetje met een eikel als hoofd. In mijn linkerhand hield ik een zaklantaarn en in mijn rechter een rubberen hamertje. Ik stond voor jou geschoren liefdeskloof en terwijl ik naar binnen klom gaf ik met mijn hamertje een speelse tik tegen je klit waardoor ik bijna naar buiten gesproeid werd. Toen was alles donker om mij heen. Ik zat in jouw genotskeef en zocht bijgestaan door mijn priemende lichtknots voorzichtig naar jouw G-spot. Het was even zoeken maar toen doemde er in de dampen van jouw hete stomende liefdestrog een prachtige slagroomtaart op met daarop 11 peniskaarsjes die een flikkerend rood bordeelschijnsel afgaven. Ik betaste de taart voorzichtig en bemerkte dat hij van rubber was dus niet eetbaar. Het was een gigantisch lokmiddel van jouw alles overstijgende geilheid. Zachtjes begon ik met het rubberen hamertje te kloppen, langzaam sneller en wat harder. Ik hoorde kreten en gekreun van ergens ver weg en ging door. Alles begon te trillen en te schudden. Al snel kon de schaal van Richter in de gebruikte-condoom-bak want  het was nu alsof ik me middenin de gigantische orkaan met de naam ‘Emanuelle’ op een miniem houten vlotje probeerde staande te houden. Ik bleef meppen totdat ik in de verte een witte streep zag die snel groeide, een tsunami van jouw liefdesmelk die mij overspoelde. Ik werd in jouw geile vaginafluïd meegesleurd en uit jouw wulpse bordeelkerker geworpen. Je lag te schudden en te schreeuwen in een eeuwigdurend orgasme. Bij de overburen gingen de lichten aan en in de verte hoorde ik de brandweer sirenes…..’. Ik klikte op verzending en wachtte en wachtte…. Nooit meer iets gehoord van ‘Dikketietendoos’. Met een tevreden glimlach op mijn gezicht schreef ik me even later uit van sexdate.com. Over een paar uur zouden mijn kinderen weer thuis komen. (Marthy Coumans).

Scheiding

Daniel uit Brussel verliet mijn schatkamer met een exemplaar van de originele eerste persing, yellow Parlophone, van de enige LP van Tomorrow uit 1967. High collectable! Op de achterkant stond nog dat hij bezit was geweest van Radio Caroline en de deejay had braaf achter iedere song precies het aantal minuten en seconden gezet. Het soort van bezit dat je soms uit de kast trekt om, heel goedkoop natuurlijk, indruk te maken op de connaisseur. En die kwamen in grote getale. Uit Griekenland, Oostenrijk, Engeland. Ik zat dan trots tussen de buitenlandse ‘aanbidders’, de ene na de andere parel tevoorschijn toverend, en voelde mij rijk, buitensporig rijk. Mijn bankrekening was zo rood als een exotische zonsondergang maar toch voelde ik me een pasja, een exotische koning gooiend met goud en edelstenen.
En nu liep Daniel zo maar mijn deur uit met een   halve meter aan zeldzame platen. ‘Au revoir’ riep hij nog en weg was hij. Ik hoorde een automotor aanslaan en high speed weg karren. In mijn fantasie was het de Brusselaar, angstig omdat ik me misschien zou bedenken en huilend voor de auto zou duiken. Me vastklemmend aan de kunststof voorbumper terwijl ik schreeuwde ‘En je krijgt ze niet’!!! Ze blijven hier??? Ze zijn van mij…! Mijn baby’s!!!’ Maar dat gebeurde dus niet. Ik zat in mijn stoel en keek met verwondering naar de lege plekken in mijn platenkasten. Wat had daar ook weer precies gestaan? Ik was het alweer bijna vergeten. Daniel was de eerste. Toen kwam Twan uit Antwerpen. Twan scharrelde rond in mijn schatkamer klagend over het weer, de economie, de politiek, de handel, de prijzen… Het was een tactisch steekspel. Ik durfde aan hem helemaal geen hoge prijzen meer te vragen, bang dat bij zich dan nog ellendiger zou gaan voelen en zichzelf weet ik wat zou aandoen en dat het dan mijn verantwoordelijkheid zou zijn. In de linker kast stond mijn verzameling punk en new wave lp’s. Ik zei hem dat hij ze voor een tientje per stuk kon krijgen als hij er meer dan vijftig nam. 79 Platen haalde Antoine er uit. Mijn hele jeugd. Die klap kwam hard aan. Voor iedere plaat had ik vlees rond gereden voor Slagerij Nooren in Princenhage. Iedere zaterdagochtend door weer en wind en voor de slagersvrouw altijd te langzaam en te sloom. Ze behandelde mij als vee. Ik verdroeg het allemaal moeiteloos vanwege mijn persoonlijke religie. De aanbidding van het heilige vinyl! Van de vijftien gulden die ik met de meatservice verdiende racete ik op mijn aftandse rammelfiets naar Elpee in de Torenpassage om punkplaten te kopen. The Generation X daar was ik gek van. Ik schilderde ‘Generation X’ in fluoriserende verf op mijn plafond en sliep met de gordijnen open. Steeds als er een auto door de straat reed lichtte het fel op. Dat vond ik toen geweldig. The Clash, the Swell Maps, the Buzzcox en heel veel anderen. Ze staan nu allemaal in een winkel in Antwerpen of misschien zijn ze daar ook alweer weg en heb ik voorgoed het contact met ze verloren. Iedere plaat was een stukje van mij en het was net of ik langzamerhand een beetje afbrokkelde. Van een rijke koning veranderde ik langzaam in een armzalige Jan met de pet. Een kleurloze bewoner van een huis zonder meerwaarde, zonder ‘wonderen’ om bezoekers mee te betoveren. Er kwamen meer bezoekers/ klanten, gelukszoekers, schatgravers met portemonnee en die gingen met stapels van mijn platen het pand uit. Gelukkig en tevreden en profiterend van mijn kortstondige ellende. Steeds bleef ik alleen achter. Eenzaam op een bankje met een lauw pilsje in mijn hand. Soms een troostend woord van één van mijn dochters. Wachtend op de depressie, het zwarte gat. Maar die kwam gek genoeg niet. Langzamerhand veranderde er iets in mij. Iedere loeizeldzame collectable plaat die mijn huis verliet nam ook een stukje zwaarte en druk mee.  Alsof het huis opgelucht ademhaalde. Overtollige ballast. Ik draaide ze eigenlijk nooit meer. Het waren er veel te veel. Het was als de donkere kelders van een museum waarin de prachtigste artefacten liggen die niemand ooit zal zien. Onbemind en overbodig. Ik schopte mijn vinylbaby’s de wereld in naar nieuwe minnaars en minnaressen. Naar nieuwe thuizen en oren die van puur genot wapperden vanwege de fantastische muziek die door de naald uit de speakers geslingerd werd. Ineens begreep ik het allemaal. Bezit is alleen maar leuk als je het gebruikt. Als je ermee doet waar het voor bedoelt is. Dood bezit is gewicht dat je met je mee zeult soms je hele leven lang. Het wordt star, stoffig en kwijnt weg. Het zit in je hoofd, hangt aan je nek, leunt met het volle gewicht op je schouders en rammelt aan je gewrichten. Eind van dit jaar is mijn enorme verzameling lp’s vakkundig ontleed. Het waarom vertel ik nog wel eens een keer. Mijn kasten raken leger en leger en kijken reikhalzend uit naar de nieuwe bewoners, de nieuwe lichting. Een plantje, een vaasje of misschien wel een goudvissenkom…. Of een leuke familiefoto. Of gewoon helemaal niks. Deschoonheid van leegte…















(Marthy Coumans, 2011)

donderdag 22 september 2011

Afwijkende films op BUT

                                         hoofdgast Nick Zedd (links)
 
Er is geen filmfestival in Nederland, en misschien zelfs wel heel de wereld, waarvan het programma verder van de mainstream af staat dan het B-movie, Underground & Trash Film Festival. Dit zoals vanouds in Breda gehouden festijn van de "afwijkende cinema" werd van 7 t/m 11 september jl. voor de zesde keer gehouden.

De bizarre wereld van Nick Zedd

Dit jaar werd het publiek getrtrakteerd op een programma van Aaaah to Zedd. Dat wil zeggen: van huiveringwekkende, zinnenprikkelende en wonderbaarlijk mooie films en nevenactiviteiten, waarbij "Aaaah!" werd geroepen op het scherm dan wel in de zaal of het festivalterrein, tot een retrospectief van de Amerikaanse regisseur Nick Zedd, in de jaren '80 grondlegger van de "Cinema of Transgression".
Verrassend genoeg was het niet de festivalorganisatie, maar Zedd zélf die op het idee was gekomen om zijn werk in de schijnwerpers te zetten op het BUTFF. Festivaldirecteur Paul Hagenaars vertelt enthousiast: "Wonder boven wonder nam de productieassistente van Nick Zedd contact op met ons en vroeg of wij soms interesse hadden om in september iets met Nick Zedd te gaan doen!"
In een op het festival vertoond fragment uit War is Menstrual Envy (1992) stelde hij het incasseringsvermogen van het publiek danig op de proef door het in beeld brengen van een blauw geschilderde, met een rot gebit behepte, als non uitgedoste vrouw die verbandgaas verwijdert van een man die van top tot teen échte (!) brandwonden vertoont en hem vervolgens kust. In het keiharde, maar ook met een vleugje zwarte humor gebrachte Police State (1987) is hijzelf te zien als iemand die op het politiebureau een martelverhoor krijgt, omdat hij aangezien wordt voor een junkie. Van een volkomen andere orde is dan weer Lord of the Cockrings (2002), een vermakelijke parodie op de welbekende filmtrilogie – waar Zedd overigens helemaal niets mee heeft. Hierin wordt een computerprogrammeur genaamd Scroto Baggins door het dragen van een penisring geacht Middle Earth van de ondergang te redden. Kan het buitenissiger?


woensdag 24 augustus 2011

BUT is fun


BUT is fun, het is een slagzin die ik in veel publicaties van het BUTFF terug vind. Het omschrijft
ook precies wat wij vinden van het BUTFF. Dat begint al tijdens het organiseren
van het festival. We hebben met zijn allen veel fun. Het BUTFF groeit. Maar we realiseren
ons dat we niet oneindig kunnen groeien. Daar is BUTFF het festival ook niet
naar. We blijven een festival met de wortels stevig in de B-fi lms, Underground en Trash
cinema en muziek. We willen wel groeien, maar dan liever in de breedte. Zo is het
festival dit jaar meer volwassen geworden op het gebied van muziek met Dead Elvis,
Martin Degville en het metalprogramma Black Friday. Met FuFu Frauenwahl, Dirk
Verschure en Joost Halbersma voor de BUT-comics en Luk Paard, en vele anderen
voor de BUT-poëzie. Ook verwachten we met de BUTWALK (modeshow red.) een fl inke stap
vooruit te zetten. Mogelijk kunnen we volgend jaar de kunst meer prominent
op onze agenda zetten. Dat is wat ons toch het meest drijft, het uitdragen
van ons gevoel voor B-, Underground en Trash. We proberen op dit gebied
een totaalprogramma te bieden. Daarom gaan we dit jaar weer voor een
fantastische festival ervaring met fi lms, performances, dichters en striptekeningen
& kunst op het binnenplein. Het programma belooft dat het
zeker geweldig gaat worden. Nick Zedd als hoofdgast, Marian Dora
en Fred Vogel zijn onder de vele binnen- en buitenlandse gasten die
we dit jaar kunnen verwelkomen. Het kan nu al niet meer stuk. Veel
plezier op het zesde BUTFF en vergeet niet: BUT is fun!
Paul Hagenaars, festivaldirecteur

dinsdag 16 augustus 2011

Communiceren via de kat

De Franse film staat bij velen nogal eens synoniem voor subtiliteit en voor films waarin tamelijk wat af wordt gecommuniceerd. De liefde en relaties staan hierbij vaak centraal. Denk bijvoorbeeld aan de films van Eric Rohmer (Ma Nuit chez Maud, Le Rayon Vert), maar ook aan werkjes als die van Claude Sautet (Les Choses de la Vie, César et Rosalie, Un Coeur en Hiver).
Ook het kleine, relatief onbekende Le Chat uit 1971 van Pierre Granier-Deferre (1927-2007) valt te plaatsen binnen deze categorie van films waarin relatieperikelen centraal staan. Echter, er is één groot verschil: waar in bovenstaande voorbeelden communicatie zich toont in de vorm van oeverloos gepraat, kenmerkt de communicatie zich in Le Chat vooral in de vorm van veelzeggende stiltes en zwijgende blikken. Daarmee is Le Chat typisch zo’n film waarin zich meer afspeelt dan op het eerste oog zichtbaar is, en wiens subtiele karakter zich vooral openbaart aan de oplettende kijker.

Bouddha en seks op Filmfestival




Van 1 t/m 3 oktober vindt in Amsterdam de zesde editie plaats van het Buddhist Film Festival Europe. De thema's zijn Japan en Birma.

Osamu Tezuka's Buddha
Openingsfilm van het festival is de Japanse productie Osamu Tezuka’s Buddha (website: http://www.warnerbros.co.jp/buddha) van Yasuomi Ihito. Deze epische anime (tekenfolm in Japanse stijl) is gebaseerd op mangaverhalen van de oude meester Osamu Tezuka, de geestelijke vader van de manga.
Het is het eerste deel van een trilogie met Tezuka's visoe op het leven van prins Siddharta, die tijdens een spirituiele tocjht Boeddha, "de Verlichte", wordt. De cyclus, waarvan alleen al dit eerste deel 11 miljoen kostte, schetst een pikant, zelfs seksueel getinte portret van Boeddha. De film wordt zaterdag 1 oktober vertoond in Het Compagnietheater, Kloveniersburgwal 50, Amsterdam.

Speelfilms & documentaires
Het Buddhist Film Festival Europe, geleid door Babeth VanLoo, richt zich op kwaliteitsfilms die raakvlakken hebben met spiritualiteit en boeddhistische inzichten. In het bestuur van de stichting BFFE zetelen Emile Fallaux (schrijver/filmmaker), Kees Hin (filmmaker) en Rob Lindeman (ondernemer).
Als locatie van alle andere activiteiten tijdens het festival fungeert De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Daar worden zo'n twintig speelfilms en documentaires vertoond, zoals Abraxas (regie: Naoki Katô), Aung San Suu Kyi – Lady of No Fear (Anne Gyrithe Bonne), Black Rain (Shôhei Imamura), Bodhisattva (Mark Elliott), Burma Soldier (Nic Dunlop, Annie Sundberg & Rickie Stern), The Inland Sea (Lucille Carra), Into the Current: Burma’s Political Prisoners (Jeanne Hallacy), Mindfulness & Murder (Tom Waller), The Mushroom Club en White Light/Black Rain (Steven Okazaki), My Reincarnation (Jennifer Fox), Peace (Kazuhiro Soda), This Prison Where I Live (Rex Bloomstein), Shugendô Now (Jean-Marc Abela & Mark Patrick McGuire) en een verrassingsfilm.

Japan, Birma, Boddith TV
Naast de films kan men op 2 en 3 oktober in De Balie ook terecht voor liveoptredens en een paneldiscussie. In de grote zaal draaien films gericht op Japan en de overdracht van boeddhistische leermeesters, in de kleine zaal films gericht op Birma.
Bij het hoofdthema Japan – gekozen vanwege de tsunami en de nucleaire dreiging – staat de relatie tussen mens en natuur centraal. In diverse producties wordt teruggekeken op Hiroshima. Een panel onderzoekt de rol van het collectieve gedrag bij de verwerking van deze tragedie.
Birma is een belangrijk thema vanwege de mensenrechtenschendingen en de democratiseringsbeweging, de rol van de charismatische Aung San Suu Kyui en de voorbereidingen op democratische verkiezingen.
Zondag 2 oktober krijgt Boddith TV de ruimte voor een verrassend jongerenprogramma.

Programma-informatie en kaarten
Het programma verschijnt op de festivalsite, (website: www/bffe.org). Kaarten voor de openingsfilm kosten 10 euro; voor overige films 8,50 euro. Een passe-partout, goed voor zeven filmvoorstellingen, kost 45 euro. Kaarten zijn vanaf 1 september te koop via www.bffe.org en – tijdens het festival – tevens aan de kassa van De Balie.

Ton van Rooij

maandag 15 augustus 2011

Metromania 4

"mijn opdracht is een onmogelijke want puur hypothetiese opdracht" knarsen de hersenen in
het vale hoofd jozef K. het verband tussen hem en de Werkelijkheid is het verband
tussen zijn aanwezigheid hier en zijn bestaan in de boekhandel daar. een oneindige reeks
en daarom onbestaanbaar want onweetbaar. maar zijn gevoelens voor die jonge vrouw
dan, deze middag? vertel me niet hoe dit verder moet, maar het gaat door. jozef k. reg-
streert zijn eigen gevoelens op een manier die buitenaards is. was hij maar een marsbe-
woner was hij maar een marsbewoner was hij maar een marsbewoner was hij maar een
marsbewoner was hij maar een marsbewoner was hij maar een buitenwoner ......